Zandlopers interval training

 Zondagmorgen 10.00 uur stipt een looptraining bij de Zandlopers in het bos van Westenschouwen. Vandaag staat er een interval training op het programma, we lopen eerst een kwartiertje in. Daarna beginnen we aan de interval training, als eerste beginnen we met de loopscholing.

Lopen is een cyclische beweging

kniehefloop
Twee opeenvolgende passen (een dubbelpas) vormt een bewegingscyclus. Het verschil tussen wandelen en lopen is dat er bij het lopen altijd een zweeffase aanwezig is. De loper komt helemaal los van de grond. Bij wandelen is er altijd bodemcontact. We kennen twee belangrijke loopfases te weten de steun en zweeffase. Verder verdelen we deze fases in voor en achter zwaai en steunfases. De loopbeweging in voorwaartse druk komt voornamelijk tot stand door de afzet uit de achterste steunfase. Er vormt zich drukkracht tegen de bodem. Dit komt door het strekken van het desbetreffende been met behulp van heup-knie en enkelgewricht. Deze kracht overtreft het lichaamsgewicht. Door de afzetreactie vormt zich een druk in tegenovergestelde richting. Het lichaam wordt voorwaarts gedreven. Er ontstaat snelheid. Factoren die samenhangen met afzetkracht en snelheid zijn b.v. zachte of harde ondergrond, schoeisel-spikes of profiel, zwaaikracht in zwaaifase, armbewegingen naar voren gericht, houding van het lichaam-loodrecht of iets naar voren neigend.

Door steeds aandacht te schenken aan loopscholing wordt looptechniek bijgehouden en verbeterd.

Aandacht voor:

Hakken-billenloop (oefening ter ontspanning)

  • Actief landen van de voeten
  • Landing op buitenrand van de voeten
  • Voeten recht naar voren
  • Afwikkelen van voeten
  • Hakken billen – bewuste ontspanning
  • Optimale strekking in voet, knie en heup
  • Lenigheid
  • Knieheffing tot 15graden onder horizontaal
  • Armen ontspannen ondersteunend in goeie hoek
  • Houding handen en vingers
  • Romphouding, licht voorwaartse neiging
  • Hoofd, rustig in verlengde van romp
  • Paslengte, juiste verhouding frequentie
  • Coördinatie
  • Lichaambeheersing, geen schokkende beweging
  • Weten waar je mee bezig bent.

Wanneer aandacht voor loopscholing?

Pendelpas

 Na het inlopen (warm maken van spieren voorbereiden op wat komt) volgen rek en strek oefeningen. Deze bestaan uit statisch en dynamische oefeningen. Na de warming-up volgt dan loopscholing met aan het eind hiervan snelheidswerk waarbij zelf gelet kan worden voor een goede inbreng en uitvoering van het opgedane. Wanneer in de groep atleten beschikken over een goede technische uitvoering van oefeningen kan hij de groep als voorbeeld dienen. De oefeningen worden van gemakkelijk naar moeilijk uitgevoerd. Dit over een lengte van circa 15 meter. Van de atleten wordt 100% inzet gevraagd. Het beloond zich om naar anderen binnen de groep volledige inzet en plezier te tonen. De ander zal beter z’n best gaan doen de oefeningen zo doelmatig uit te voeren. We spreken hier dus ook van sociaal groepsverband. Uit onderzoek is gebleken dat door steeds maar herhalen van technieken die het economisch lopen bevorderen ook het blessurevrij en energiesparend presteren wordt verbeterd. Zowel in training als wedstrijdgericht.

Na dit gedeelte lopen we op een parcours van ongeveer een km, 10 minuten op tempo wisselingen, na wat rust lopen we dit rondje nogmaals in zijn geheel op volle snelheid. Nu eerst even uitblazen en lopen we nu het eerste gedeelte terug naar ons keetje in een stevig tempo, het laatste gedeelte wat rustiger om wat uit te lopen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s